Websurfen en andere moderne gebruiksvormen van informatietechnologie veranderen de manier waarop het menselijk brein werkt. Ervaren internetgebruikers kunnen makkelijker informatie filteren en snel knopen doorhakken. Dat ontdekte de Amerikaanse neuroloog Gary Small.

In een pas verschenen boek bekijkt Small, die is verbonden aan de Universiteit van CaliforniŽ in Los Angeles (UCLA), welk effect technologie heeft op de manier waarop de hersenen van jonge mensen zich ontwikkelen, functioneren en informatie verwerken. Zijn conclusie is dat het menselijk brein heel gevoelig is voor veranderingen in de omgeving, bijvoorbeeld als gevolg van technologie. Als mensen keer op keer dezelfde taken uitvoeren, zoals zoeken op internet of sms-berichten versturen, zal dat bepaalde neurale circuits versterken terwijl andere ongemoeid laten, aldus Small.

Small en collega-neurologen deden onderzoek aan een groep van 24 volwassen proefpersonen die een zoekopdracht op het web kregen en een gedrukte tekstpagina moesten lezen. Hieruit bleek dat degenen met veel internetervaring twee keer zoveel activiteit vertoonden in delen van het brein die besluitvorming en complex redeneren aansturen als de beginnelingen op internet. De onderzoekers concluderen dat internetgebruik het vermogen van de hersenen om gestimuleerd te worden vergroot. Ook zou het bekijken van webpagina's meer delen van het brein prikkelen dan een gedrukte tekst. Hierdoor treden evolutionaire veranderingen op in het brein. De testgroep was overigens te klein om statistisch significante uitkomsten op te leveren.

Jongeren stellen zich nu gemiddeld negen uur per dag aan technologie bloot, aldus Small. Hij betoogt dat de opkomst van een generatie van 'digitale autochtonen', mensen die zijn opgegroeid met technologie, niet zonder gevaren is. Deze groep is voortdurend op zoek naar nieuwe snippers informatie, wat stress en zelfs hersenbeschadiging kan veroorzaken. Om succesvol te zijn in het leven zijn volgens Small niet alleen technologische vaardigheden nodig. De koplopers van de volgende generatie zullen degenen zijn die ook sociale vaardigheden hebben en begrijpen in welke situaties het beter is oog-in-oog met iemand te praten dan een e-mailtje te sturen.

Volgens Small is er een verschil tussen mensen die van jongs af aan met internet vertrouwd zijn en degenen die pas op latere leeftijd met de technologie vertrouwd zijn geraakt, zogenaamde 'digitale immigranten'. Hun manier van leren is methodischer, ze voeren taken stap voor stap uit en met meer precisie dan de 'digitale autochtonen'.



automatiseringgids.nl, 28 oktober 2008, Geert Kelfkens